Station in Twello scoortDe Stentor -
22 nov 2008Van de in december 2006 in gebruik genomen vier kleine treinstations in de Stedendriehoek is dat in Twello verreweg het meest gebruikte.
Dagelijks zijn er zo'n 1200 in- en uitstappers.
Station Twello doet het zó goed, dat de gemeente Voorst overweegt om de fietsenstalling opnieuw uit te breiden. Dat kost de gemeente geld en daar moet de raad nog zijn fiat aan geven.
Meteen al na de opening bleek dat de stalling te krap was, met als gevolg veel fietsen buiten de rekken. Volgens wethouder Agnes Vos van verkeer staan er na de uitbreiding nog steeds te veel fietsen 'los' op het plein. ,,Dat willen we niet en we gaan opnieuw in overleg met ProRail om de stalling uit te breiden.'' Vos gaat er vanuit dat ProRail daar ook aan meebetaalt, al zal de gemeente ook zelf in de buidel moeten tasten.
Van de andere drie stations die tegelijk met Twello werden geopend (Apeldoorn Osseveld en Apeldoorn De Maten en Voorst- Empe) trekt Osseveld dagelijks gemiddeld 480 reizigers.
De aantallen zijn gemeten in 2007; de resultaten van dit jaar zijn er nog niet, zegt NS-woordvoerder Corien Koetsier. De verwachting is dat Twello en Apeldoorn Osseveld gaan profiteren van de nieuwe dienstregeling die de NS half december invoert. Dan stopt er ook in daluren elk half uur een trein. Een hoge frequentie (het liefst elk kwartier een trein) is cruciaal voor de populariteit van een halte.
Voorst- Empe en Apeldoorn De Maten vallen onder verantwoordelijkheid van de provincie Gelderland. De betrokken ambtenaar Carl Bieker houdt zich op de vlakte wat betreft cijfers. ,,Voor Apeldoorn De Maten ziet het er redelijk uit en van Voorst- Empe moet je geen ongelooflijke aantallen verwachten'', zegt Bieker. Eerder maakte de NS bekend dat Apeldoorn De Maten op een kleine 400 reizigers zit en Voorst- Empe op 230.
Het functioneren van de stations wordt in december besproken door bestuurders van gemeenten en provincie. Mogelijk volgen daaruit nieuwe maatregelen, zoals reclamecampagnes. Vast staat wel dat het gebruik van de hoofdstations Apeldoorn, Zutphen en Deventer de afgelopen jaren telkens zo'n drie procent is gegroeid. Meer dan het landelijk gemiddelde.
|